Een onderbelicht onderwerp in de spotlight: rouw na zwangerschapsverlies.
Als het gaat om Duurzame Inzetbaarheid, wordt het thema ‘rouw’ nog wel eens over het hoofd gezien. Toch heeft bijna iedereen in het leven te maken met rouw in verschillende vormen. Tijd om dit onderbelichte onderwerp dus wat welverdiende aandacht te geven. Met in dit artikel specifiek rouw na het verlies van een zwangerschap. Wij gingen daarom in gesprek met Renee Out, arts en verliesbegeleider gespecialiseerd in verlies van een zwangerschap en één van onze specialisten.
Wat is de impact van zwangerschapsverlies op de werkvloer?
“Zwangerschapsverlies komt veel voor – misschien wel meer dan je zou verwachten. Ongeveer 1 op de 4 vrouwen krijgt ermee te maken tijdens de zwangerschap – en hun partners dus ook. Onafhankelijk van de zwangerschapsduur en het moment dat het verlies plaatsvindt, moet er ruimte zijn voor rouw. Ieder verlies doet er immers toe.”
“Ik merk dat rouw om een verloren zwangerschap nooit écht stopt. In sommige gevallen komt het verlies later in het leven opnieuw naar de voorgrond, bijvoorbeeld tijdens de overgang of rond de pensioenleeftijd. Juist omdat het iets is wat het leven lang kan spelen, is het belangrijk dat hier op de werkvloer ruimte voor is”.
Want wat kan die erkenning betekenen voor duurzame inzetbaarheid?
“Wanneer rouw geen ruimte krijgt, kan dit leiden tot lichamelijke en psychische klachten en langdurige uitval. Dat geldt overigens niet alleen voor zwangerschapsverlies, maar alle soorten van rouw. Ouders zijn in het eerste jaar na het verlies van een kind gemiddeld 63 dagen afwezig en in het tweede jaar zijn dit gemiddeld 53 dagen. Dat blijkt uit onderzoek van het Landelijk Steunpunt Verlies. Dat zijn (bijna) twee volle maanden per jaar aan verzuim voor de werkgever.”
“CNV heeft ook een enquête gedaan waaruit blijkt dat 42% van de medewerkers na verlies te snel weer aan het werk gaat. Bij 10% leidt rouw zelfs tot een burn-out. Erkenning en passende ondersteuning kunnen bijdragen aan herstel en het voorkomen van die langdurige uitval.”
En wat kunnen leidinggevenden en HR hierin dan betekenen?
“Vaak zijn leidinggevenden, maar ook collega’s, heel terughoudend om het gesprek aan te gaan. Ze zijn bang om iets verkeerds te zeggen, dus vermijden liever het gesprek. Echter blijkt uit ervaringen juist dat het vermijden van het onderwerp vaak als pijnlijker wordt ervaren dan een onbeholpen gesprek. Simpelweg luisteren en er voor een collega of medewerker zijn kan al heel veel doen.”
Heb jij nog tips voor leidinggevenden en HR in dat kader?
“Jazeker! Ik zou aanraden te beginnen met het erkennen van het verlies en wat er is gebeurd. Wees niet bang om het gesprek aan te gaan; toon medeleven en wees open als je de woorden even niet kan vinden. Dat is niet erg, maar juist oprecht. Emoties behoeven en verdienen de ruimte in dit gesprek. Oordeel niet en geef geen ongevraagde adviezen, maar vraag waar jouw medewerker op dat moment behoefte aan heeft. Zij kunnen dit het beste aangeven. Mijn laatste tip zou zijn om contact op te nemen met jouw medewerker voordat zij terugkeren naar het werk. Zo kan je hopelijk de terugkomst wat vergemakkelijken.”
“Het is ook zo dat herstel en rouw niet hetzelfde is voor iedereen. Voor de een zal het een stuk zwaarder zijn dan voor de ander en voor sommigen kan werk ook een fijne afleiding zijn. Het is dus maatwerk. Je kan medewerkers faciliteren door flexibiliteit in werktijden, taken en werkdruk te bieden. Zo kunnen zij op eigen tempo herstellen, wat uitval kan voorkomen.”
“Daarnaast heb ik zelf, samen met journalist Fidessa van Rietschoten, een handleiding ‘Zwangerschapsverlies op de werkvloer’ ontwikkeld. Die biedt praktische handvatten, voorbeeld zinnen en concrete adviezen om zwangerschapsverlies op een zorgzame en professionele manier te begeleiden binnen organisaties.”
“Tot slot kunnen zowel HR/ leidinggevenden als de medewerker laagdrempelig contact met mij opnemen voor advies of begeleiding. Een begeleiding bij mij, heeft in het verleden al meermaals tot versnelde terugkeer naar werk geleid. Als dit betaald wordt door de werkgever, levert dat 2x een win-win situatie op.”